Geboorte
De meeste mensen zijn van mening dat er bij een baby of kind geen spanning of stress in het lichaam aanwezig kan zijn. Dit omdat ze jong en flexibel zijn. In de praktijk blijkt dit vaak anders te zijn
Een ogenschijnlijk makkelijke bevalling vraagt veel van moeder en kind. Tijdens het baren ondergaat het babyhoofdje enorme krachten tengevolge van de weeën. De schedelbeenderen worden verschoven om het hoofdje te verkleinen om zo de uitdrijving door de bekkenopening mogelijk te maken. Dit proces noemt men moulding. Omdat de structuren van het hoofd nog vervormbaar zijn, levert dit over het algemeen geen problemen op. Normaal gesproken zal deze moulding zich door het huilen en zogen van de pasgeborenen vanzelf oplossen binnen de eerste dagen na de bevalling. Het al dan niet krachtig huilen van de pasgeborene is om deze reden dan ook een belangrijk anamnestisch gegeven.
Soms verloopt de bevalling niet soepel door bijvoorbeeld het uitblijven van weeën, een niet optimale positie van het hoofd in het geboortekanaal, een te snelle bevalling, een te vroegtijdige indaling, een vacuümpomp of forcepsverlossing. Deze extra krachten werken natuurlijk ook in op de baby. Wanneer deze invloeden niet verwerkt kunnen worden door het kleine babylichaampje, kan dit naar de toekomst een verstorende factor in alle ontwikkelingsaspecten van het kind zijn. Het lichaam van het kind zal zich namelijk proberen aanpassen aan de ontstane beperkingen.
Een osteopathische controle kan dus een toevoeging zijn aan de verdere ontwikkeling van het kind.
«
Terug